fbpx

Toekomst

Hout is een hernieuwbare en bijzonder veelzijdige grondstof

Hout als hernieuwbare grondstof

Hout vindt als hernieuwbare en bijzonder veelzijdige grondstof toepassingen in de bouw, de meubelproductie, interieurinrichting, de verpakkingswereld, de transportsector enz. Het dankt zijn populariteit aan een combinatie van eigenschappen: hout is sterk, goed hanteerbaar, heeft een lange levensduur… Bovendien kunnen houten producten op het einde van hun levenscyclus worden hergebruikt en gerecycleerd. Zo blijft een groot volume aan koolstof voor lange tijd opgeslagen.

Hout als ecologisch materiaal

Het gebruik van houten producten beperkt de emissies van broeikasgassen in de atmosfeer met 2 ton CO2 per m³ hout. Bovendien isoleert hout beter dan andere materialen, zoals beton, aluminium of staal. Een jaarlijkse toename van het houtgebruik in Europa met 4% kan leiden tot een bijkomende opslag van 150 miljoen ton CO2 per jaar.

Recyclage

De houtindustrie beschouwt recyclage als een volledig geïntegreerd deel van het productieproces van duurzame houtproducten. Europa (Rusland niet meegerekend) gebruikt 160 miljoen ton hout per jaar, waarvan 15 miljoen ton wordt gerecycleerd. Een cijfer dat in de toekomst verder zal stijgen. Bij het bewerken van hout ontstaat er weinig afval, vrijwel alle bijproducten zet men in als grondstof (plaatmateriaal, papierproductie…) of als energiebron.  Dankzij forse investeringen in innovatieve technologieën slaagt de sector erin om procentueel steeds meer hout te recycleren.

Op het einde van de levenscyclus

Pas wanneer er geen enkele toepassing van het hout als grondstof meer mogelijk is, kan het worden verbrand met energierecuperatie. In moderne verbrandingsinstallaties zorgt het voor een ‘schone’ vorm van energieproductie, als alternatief voor fossiele brandstoffen. De houtindustrie heeft dit alvast goed begrepen en haalt 75% van de benodigde energie voor houtverwerking uit houtafval.

Testimonial

Axel Enthoven

“Hout is een nobel materiaal dat als geen ander emoties oproept en respect afdwingt”

Antwerpenaar Axel Enthoven studeert industrieel design in Eindhoven en Tokio en volgt ingenieursstudies in Cleveland (VS). Sinds 1970 ontwerpt hij voor eigen rekening en zes jaar later richt hij een ontwerpbureau op. Enthoven Associates Design Consultants houdt zich bezig met productontwikkelingen en innovatieve research voor tal van industriële toepassingen. In Vlaanderen verwerft Axel Enthoven bekendheid bij het brede publiek als jurylid in het televisieprogramma De Bedenkers. Hij gebruikt graag hout – niet alleen voor meubilair, maar net zo goed voor het interieur van bussen, tram- en treinwagons.

Ik heb een persoonlijke affiniteit met hout vanwege de onmiskenbare esthetische kwaliteiten van het materiaal. Een andere troef is zijn enorme sterkte in verhouding tot het vrij geringe gewicht. Hout laat zich op uiteenlopende manieren bewerken, van zeer ambachtelijk tot zeer industrieel. Het aspect duurzaamheid en recycleerbaarheid zijn vandaag evenmin te onderschatten. En het is enorm veelzijdig. Qua waarde, vergelijk bijvoorbeeld spaanplaat met inlegwerk in wortelhout. En eveneens qua toepassingen in gebouwen: vloeren, wanden, zolderingen, trapleuningen… Je kunt er kunstwerken mee creëren, voedingswaren mee serveren, het zuiver functioneel gebruiken.

Noblesse oblige

Hout heeft zonder enige twijfel een unieke emotionele waarde. Als nobel materiaal dwingt het respect af. Zo kozen wij ervoor om veel hout te gebruiken voor de inrichting van de trams in Brussel. Niet omdat we dat hip of trendy vonden, maar omdat we een warm en verfijnd interieur wilden creëren. Wat bleek? Het vandalisme in de tramstellen verminderde met zomaar eventjes 40%! Er wordt minder graffiti gespoten en zelfs inkervingen zijn zeldzaam. Vandaag kan je tal van materialen gebruiken voor vrijwel elke toepassing, maar om emotie op te roepen gaat er niets boven hout. Op die manier geeft het materiaal zuurstof aan mijn verbeeldingskracht. En de mogelijkheden zijn zo goed als onbeperkt, ik vraag me af of er iets bestaat wat je niet in hout zou kunnen realiseren. Uit studies blijkt bovendien dat massief hout heel goed scoort op het gebied van brandveiligheid: het brandt zeer traag en scheidt minder schadelijke rookgassen af.

Kennis is ambacht

Je houdt doorgaans van wat je goed kent en hout vergt wel degelijk een grote vakkennis. Die verwierf ik door de jaren heen, maar het materiaal blijft me fascineren. Ik gebruikte hout in elke denkbare context. Een paar voorbeelden. Voor het vervoer van toeristen van en naar de Mont Saint-Michel ontwikkelden we een bus en een koets in een combinatie van hout en aluminium. Ik realiseerde ooit geëxtrudeerd hout, door het materiaal te mengen met polyethyleen. We bedachten de lichtste stoel in teak ter wereld, die bovendien ergonomisch gevormd is. Twee jaar lang zochten we een efficiënte manier om teak te lamineren en te persen. Geen evidentie, want teak is oliehoudend. Dergelijke zaken kan je niet leren tijdens een opleiding, het is een kwestie van ervaring opdoen.

Waardig ouder worden

Investeren in houten meubilair doe je niet alleen voor jezelf, maar ook voor de volgende generaties. Precies zoals de boomkwekers van weleer investeerden in hun bedrijf voor hun kleinkinderen. Dus wanneer ik houten meubels, voertuigen, gebruiksvoorwerpen… ontwerp, is dat met het oog op een gebruik gedurende vele jaren. Er zijn trouwens weinig grondstoffen die zo mooi verouderen als de natuurlijke materialen hout, leder en natuursteen. Dat heeft niets te maken met nostalgie. Hout verkrijgt een prachtig patina, je ziet er het leven in, het wordt alleen maar mooier met de tijd. In de architectuur fungeert hout als een rustbrenger, als bron van gezelligheid. Veel bouwmaterialen voelen nogal koud aan en de warmte van hout zorgt dan voor het nodige evenwicht. Ook in de productie van boten en auto’s eist hout opnieuw zijn plaats op als decoratief element in combinatie met roestvrij staal of aluminium. Hout is er altijd geweest en het zal er altijd zijn.

Wie kiest voor hout, kiest voor het milieu en de bossen, voor de toekomst, voor een duurzame economie en voor creativiteit. Kiezen voor hout is op korte en lange termijn een duurzame keuze, want hout geeft zuurstof.


Testimonial

Atelier Arpeggio

“Voor de bouw van snaarinstrumenten bestaat er eigenlijk geen volwaardig alternatief voor hout”

Ruben Claus en Dieter Dewilde studeerden aan de conservatoria van Brussel, Gent en Leuven. Dieter is professioneel harpist en volgde tijdens en na zijn studie als muzikant een extra opleiding instrumentenbouw. Ruben is fluitist en studeerde af als klavecimbelbouwer. In hun Atelier Arpeggio te Vloesberg bouwen en restaureren ze harpen en klavecimbels op ambachtelijke wijze. Met de grootste zorg kiezen en bewerken ze het ideale hout, om zo instrumenten van zeer hoge kwaliteit te verkrijgen.

Ruben Claus: Toen ik nog een kind was volgde een oom van mij een opleiding instrumentenbouw en bouwde hij een viola da gamba. In zijn werkplaats kreeg ik de microbe te pakken. Ik wist meteen: dat is wat ik wil doen. Bij ons thuis stond een klavecimbel en het feit dat het zo’n complex en prachtig stuk vakmanschap is gaf voor mij de doorslag om voor dat instrument te kiezen.

Dieter Dewilde: Als kind deed ik al veel met hout. In de Steinerschool kregen we wat houtbewerking in de lessen en vanaf mijn tienerjaren startte ik heel bescheiden met het vervaardigen van muziekinstrumenten. Voor mijn eindproject aan de muziekschool bouwde ik een kleine Ierse harp. Sindsdien is de passie alleen maar toegenomen.

Een vak apart

atelieraRuben: Pas toen ik muziek studeerde kwam ik tot het besef dat instrumentenbouwer echt een volwaardig beroep is. Verschillende technische, avond- en muziekscholen bieden de richtingen (strijkers, historische klavieren, gitaren…) aan en Vlaanderen is internationaal hoog aangeschreven voor zijn instrumentenbouwers. Het gaat daarbij steevast om houten instrumenten. Het kan voor een leek vreemd klinken, maar je hoeft geen muzikant te zijn om die muziekinstrumenten te bouwen. Wie louter houtbewerker is kan ze eveneens vervaardigen, al werken instrumentenbouwers wel stukken preciezer dan pakweg een schrijnwerker. Die hanteert marges tot een millimeter, terwijl het bij een instrument soms echt op een fractie van een millimeter aankomt. Anderzijds betekent de beheersing van het instrument wel een aanzienlijk voordeel als je het instrument stemt of afregelt. Je bent ook veel vertrouwder met de klank van jouw instrument, je merkt bijgeluiden veel sneller op. Toch vormt ook het technische inzicht een belangrijk element van de opleiding: welke houtsoorten zijn geschikt, hoe bewerk je hout, hoe hou je een beitel scherp, hoe lees je een plan, hoe zit het instrument in elkaar…? Het blijft een ambacht dat de nodige vakkennis vergt en je leert al doende bij. Net zoals je het bespelen van een instrument onder de knie krijgt door urenlang te oefenen, leer je ook de houtbewerkingstechnieken beheersen door ze keer op keer uit te voeren. Met steeds beter resultaat.

De Vlaamse school

Dieter: Wij bouwen replica’s van historisch instrumenten, zoals klavecimbels. In de klavecimbelbouw bestaat er twee stromingen, de Vlaamse en de Italiaanse school. Vlaamse klavecimbels werden gebouwd met inlandse houtsoorten, zoals esdoorn, populier, eik, beuk, notelaar, fruitbomen… De Italianen verwerkten veel cipressenhout in hun instrumenten, een houtsoort die harsrijk is en bij het bewerken een heerlijke geur afgeeft. We gaan ons hout ter plaatse selecteren bij de houthandelaars op basis van de esthetische kwaliteiten en de zaagwijze. Je kiest de soorten in functie van het instrument en het specifieke onderdeel. Een stembalk moet bijvoorbeeld uit een harde houtsoort vervaardigd worden, terwijl de zangbodem juist om buigzaam hout vraagt. Aan een klavecimbel bouwen we gemakkelijk één tot anderhalf jaar. Meestal gebeurt dat trouwens in opdracht. Die lange termijn is echt wel nodig om tot een kwalitatief resultaat te komen. Als je een massief stuk hout verwerkt in een instrument, moet dat eerst een zekere stabiliteit verkrijgen. Dat vraagt tijd en… veel schaafwerk.

Hout en hout alleen

Dieter: De klank van het instrument wordt onder meer bepaald door de densiteit en de soepelheid van het gebruikte hout. Ook de bouwtechniek heeft evenwel een impact. Zo moet de zangbodem onder een zekere spanning staan, dat is essentieel voor de klank. De zangbodem trilt – een beetje zoals het membraam van een trommel. Wanneer je vurenhout of cipres gebruikt maakt dat wel degelijk een verschil voor de klankkleur. Gitaarbouwers zeggen dat donkere houtsoorten over het algemeen iets warmer klinken en dat lichtere houtsoorten zorgen voor een meer heldere klank.

Ruben: Doorheen de jaren zie je nu en dan pogingen om andere materialen te gebruiken voor de bouw van snaarinstrumenten, zoals composietmaterialen. In het beste geval zijn die experimenteel ogende instrumenten dan even ‘hip’, maar toch duiken ze nooit op in de grote orkesten. Hout is gewoon ongeëvenaard en onvervangbaar voor de kwaliteit en de klank van het snaarinstrument. Dat was al zo ten tijde van de Vlaamse klavecimbelbouwers uit de zeventiende eeuw, en dat is tot vandaag zo. De combinatie van lichtheid, stevigheid en flexibiliteit is volstrekt uniek. En niet te vergeten, je kunt het makkelijk bewerken, plooien en verlijmen en bij beschadiging zelfs vrij eenvoudig restaureren. Kortom, hout geeft ons zuurstof om beide passies uit te leven: instrumenten bouwen én bespelen.

Wie kiest voor hout, kiest voor het milieu en de bossen, voor de toekomst, voor een duurzame economie en voor creativiteit. Kiezen voor hout is op korte en lange termijn een duurzame keuze, want hout geeft zuurstof.


Testimonial

Jean-Marie l'ecluse • GOCA

“Hout is het materiaal waarmee onze cursisten aan een nieuwe toekomst timmeren.”

Jean-Marie L’Ecluse (Operation Manager vzw GOCA)

Het verhaal van GOCA vangt aan wanneer het OCMW en de stad Gent vier beelden bestellen bij Walter De Buck om de voetgangersbrug aan de St-Antoniuskaai te verfraaien. Zo ontstaat een hechte groep, die onder de bezielende leiding van stadsbeeldhouwers Walter De Dauw, José Mestdagh en Dirk Van Hecke de bijna verloren vakkennis van het steenbewerken aanleren. Dit collectief richt de vzw Loods 13 op met als doel de ateliers voor steenhouwen, houtbewerken en siersmeedkunst uit te bouwen tot een educatief project.
Een verdere professionalisering dringt zich op en zo groeit Loods 13 uit tot het huidige GOCA (Gents OpleidingsCentrum voor Ambachten). Tot vandaag blijft de doelstelling mensen uit de kansengroepen op te leiden tot volwaardige artistieke ambachtslui.

GOCA heeft een partnerschap met het OCMW voor het opleiden van ‘artikel 60’ mensen en een samenwerkingsakkoord met de VDAB als erkend opleidingscentrum. Wij leiden geen kunstenaars op, onze doelstelling is het oude ambacht van het houtbewerken opnieuw aan te leren. Onze cursisten zijn stuk voor stuk mensen met een spreekwoordelijke ‘rugzak’: ze hebben één en ander meegemaakt, zijn vaak niet in orde met hun sociale zekerheid, komen uit een problematische sociale situatie… Hout geeft hen de nodige zuurstof om een nieuwe, veelbelovende toekomst op te bouwen.

Acht maanden in opleiding

In het houtatelier zijn er op elk moment vijftien mensen in opleiding. Zij krijgen iedere weekdag van acht tot vier begeleiding door een ervaren instructeur. Een VDAB-opleiding loopt gedurende acht maanden (andere trajecten kunnen tot twee jaar duren) en daarna hebben onze mensen alle ambachtelijke technieken onder de knie, ook al startten ze zonder enige voorkennis of technische bagage. Gemotiveerd zijn en gepassioneerd door het werken met hout volstaat als basis. Zo goed als alle cursisten maken hun opleiding af. Vervolgens krijgen ze van ons een attest, waarmee ze op de arbeidsmarkt terecht kunnen. Wij onderhouden contacten met de houtverwerkende ondernemingen en waar mogelijk spreken we die aan om onze mensen aan te bevelen.

Hamer en beitel

In ons houtatelier staat een heel bescheiden machinepark. Een plaat van twee meter gaan we natuurlijk niet doorzagen met een handzaag, daar gebruiken we een machine voor. Maar de voorkeur gaat waar mogelijk uit naar de zuiver ambachtelijke technieken. Ons belangrijkste gereedschappen zijn dan ook de hamer en de beitel. Logisch: wanneer men je vraagt om een kerktoren te restaureren, kan je geen zware machine tot in de nok tillen. Dan ben je als houtbewerker volledig aangewezen op het artisanale werk.

Ambacht anno 2012?

Men vraagt mij wel eens wat de zin is van het opleiden van mensen tot ambachtslui, wanneer hun reïntegratie in de moderne arbeidsmarkt de doelstelling uitmaakt. Maar er bestaat vandaag wel degelijk een nichemarkt voor artisanale houtbewerking. Denk maar aan de vele renovatie- en restauratieprojecten van historisch waardevolle gebouwen. Zelfs het hedendaagse design grijpt volop terug naar de jaren 50 en 60, met inbegrip van het toepassen van de technieken van weleer. Stomen, fineren, inleggen, sculpteren… houtbewerkers die deze technieken beheersen zijn gegeerd op de arbeidsmarkt. Dat merken we aan onze toch wel overtuigende uitstroomcijfers. Er staan momenteel een tiental mensen op de wachtlijst voor houtbewerking, de opleiding zit dus duidelijk in de lift.

De Shielmartin

Hoewel onze expertise veel breder gaat, staat het houtatelier van GOCA onder meer bekend voor scheepsherstelling en –restauratie. Het boegbeeld van de ‘Gentse Barge’, een replica van een 17de eeuwse waterkoets, werd bijvoorbeeld door ons ontworpen en vervaardigd. Vorig jaar startten we met de restauratie van de Shielmartin, een Ierse yawl die in 1953 werd gebouwd als wedstrijdschip. Van de vijf oorspronkelijke exemplaren is dit het enige overblijvende. Onze cursisten krijgen de kans aan dit unieke project mee te bouwen. Het fijne is dat ze alle aangeleerde technieken voor houtbewerking hierbij kunnen toepassen.

Futur-o-stalgie

Het is de bedoeling om de Shielmartin op 30 september 2014 terug te water te laten, exact 60 jaar na haar doop en maidentrip. Het zal één van de boegbeelden worden van het Havenbedrijf. We gaan het schip evenwel niet volledig in zijn oorspronkelijke staat herstellen. De houten buitenkant restaureren we volgens de regels der kunst. Maar de aandrijving zal op een bijzonder duurzame manier gebeuren, deels met windenergie, deels met zonne-energie. Die wordt opgewekt met zonnepanelen en zal een elektrische motor aandrijven. Zo vormt de Shielmartin het perfecte raakvlak tussen oude ambachten en hedendaagse spitstechnologie. Bij GOCA noemen we dat fenomeen futur-o-stalgie, een samengaan van nostalgie en futurologie. Heden, verleden en toekomst in één project.

Wie kiest voor hout, kiest voor het milieu en de bossen, voor de toekomst, voor een duurzame economie en voor creativiteit. Kiezen voor hout is op korte en lange termijn een duurzame keuze, want hout geeft zuurstof.